De Séance – Deel 4: Het Medium

De Séance – Deel 4: Het Medium
Restanten van de Nacht

Ik schrijf dit nu op het uur waarop de stilte het hardst klinkt.
Het is de derde nacht zonder slaap. De klok in de gang tikt niet meer – ik heb de batterijen eruit gehaald, omdat het leek alsof het tikken zich mengde met iets anders.
Een adem.
Of misschien een herinnering die niet wilde sterven.

Sinds Luc stierf, lijkt niets meer gewoon.
Het huis van mijn ouders, waar ik nog altijd woon, voelt vreemd anders — niet door iets wat er is, maar door wat hier niet hoort.
Soms hoor ik de stoel schuiven aan de tafel beneden, terwijl ik weet dat iedereen slaapt.
Jairo antwoordt niet meer op mijn berichten. Mark is sinds die nacht niet buiten geweest. Hij zegt dat zijn schaduwen niet meer meebewegen zoals ze zouden moeten.
En ik… ik schrijf.
Misschien om het vast te leggen.
Misschien om het uit mij te halen.

De Stilte in de Muren

Er hangt een geur in de muren die niet weggaat.
Niet muf. Niet dood.
Eerder… oud.
Alsof het huis zelf zweet, en wat het uitscheidt is herinnering.

Gisteren vond ik het bord terug.
Niet in Luc zijn huis, maar in mijn eigen kast — onder stapels oude schoolboeken.
Ik weet niet hoe het daar gekomen is.
Het hout is gebarsten, maar het lijkt te ademen.
Ik durf het niet aan te raken.
Toch hoor ik het soms.
Een schrapend geluid, alsof iets erin beweegt — iets dat mijn aandacht wil.

Ik heb geprobeerd te bidden, maar de woorden vallen plat op mijn tong.
Het is alsof iets in de lucht bidt met mij mee, maar niet tot dezelfde god.

Brieven aan Niemand

Ik schrijf nog steeds aan Luc.
Niet omdat ik denk dat hij leest, maar omdat ik bang ben dat hij luistert.

“We waren dom, Luc,” schreef ik vannacht.
“We hebben een deur geopend en gedacht dat we erbuiten konden blijven staan.”

De inkt droogt langzaam, trager dan normaal.
Soms lijkt ze te glanzen in patronen — lijnen die ik niet herken, maar die lijken te bewegen als ik te lang kijk.
Ik heb geprobeerd de blaadjes te verbranden.
Ze sisten, maar vergingen niet.
Alsof het papier al niet meer van deze wereld was.

De Beweging Achter Mij

Het begon met de spiegel in de gang.
Een seconde lang zag ik iemand achter me staan.
Niet Luc. Niet Jairo. Niet Mark.
Het leek meer op… iets dat uit de schaduw was gevormd, in plaats van erin verborgen.
De lucht trilde even, alsof het huis slikte.

Sindsdien schrijf ik alleen nog bij kaarslicht.
Maar de vlam beweegt soms zonder tocht.
Alsof ze reageert.

Gisteren hoorde ik gefluister achter de muur.
Mijn naam.
Zacht.
Eerst dacht ik dat ik gek werd.
Maar toen hoorde ik het nog een keer — precies op het moment dat mijn pen stilviel.
Alsof het gefluister niet antwoordde op mijn gedachten, maar ze vooruit was.

Het Medium

Ik weet nu wat Luc bedoelde toen hij zei dat het “ding” niet uit het bord kwam, maar door ons heen.
Wij waren slechts draden.
En elk woord dat we uitspraken, elke letter die we schreven, was een puls — een sein naar iets dat alleen via aandacht leeft.
Wat het voedt, is niet bloed of adem.
Het is aandacht.
Lezen.
Luisteren.

Ik hoor het nu weer beneden.
De stoel schuift.
Het bord kraakt.
Tkk…
Er is geen wind, maar het huis beweegt als iets dat zich uitstrekt.
Misschien om te lezen.
Misschien om te ademen door mij heen.

Ik schrijf deze laatste regels niet voor redding.
Misschien uit wanhoop.
Ik schrijf ze omdat stilte gevaarlijker is geworden dan geluid.
En mocht iemand dit ooit lezen — mocht jouw ogen nu over deze woorden glijden —
weet dan dat ik je niet waarschuw. Ik wil T’Koro van mij af.

Ik…
vraag alleen…

Heb je die klik net gehoord?

SPANNEND VERHAAL?

Deel op Facebook
Deel op X
Deel op Linkdin
Deel op Pinterest

Laat een Comment

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven