De Azema van de Bonairestraat: Een Onverklaarbaar Trauma

Ik heb vroeger een tijdlang in de Bonairestraat gewoond, helemaal aan het einde. Nadat we zijn verhuisd vanwege de gebeurtenissen die we hebben meegemaakt, is het huis gesloopt. Ik had nooit eerder zoiets meegemaakt, en het was onverklaarbaar voor mij en een traumatische ervaring voor mijn gezin, die bijna tot de dood van mijn jongste zoon heeft geleid.
Ik deel dit verhaal omdat er in de volksmond over deze gebeurtenissen wordt gesproken, maar in werkelijkheid kan niemand echt vertellen hoe deze gebeurtenissen tot stand komen, waar ze vandaan komen en waarom ze plaatsvinden. Ik heb misschien niet op al deze vragen antwoorden, maar ik zal delen wat ik weet.

Het begon allemaal nadat ik van mijn werk kwam en uitstapte op de hoek van de Bonairestraat, waarna ik begon te lopen richting het einde van de straat. De zon scheen fel, en ik moest mijn ogen bijna dichtknijpen om naar de verte te kunnen kijken. Terwijl ik liep, zag ik een oude man mijn kant opkomen, heel traag. Toen ik dichterbij kwam, kreeg ik een onbehaaglijk gevoel. Ik besloot om de straat over te steken om hem te vermijden.



Uit mijn ooghoeken gluurde ik even naar hem terwijl ik langs liep, en ik zag dat hij me recht in de ogen keek en glimlachte. Ik groette hem en haastte me verder. Toen ik even later omkeek, was de oude man verdwenen.

Een paar dagen later, toen mijn man en mijn zoontje thuiskwamen, vertelde ik hem over de ‘creepy’ man die ik op straat had gezien en die gewoon was verdwenen. Hij vond het vreemd omdat hij sinds onze komst naar de Bonairestraat nog nooit een oude man op straat had gezien. We woonden er toen al bijna een jaar.

Enkele avonden later, toen ik mijn zoontje naar bed bracht, ging plotseling het licht uit. We hadden geen schakelaars; de lamp hing gewoon aan een kabel in het midden van de kamer. Om het licht uit te doen, moest je de lamp heel even losdraaien.

Bron Foto: Chad Michael Ward
Bron Foto: Chad Michael Ward

Aanvankelijk dacht ik dat de lamp kapot was, maar toen het weer aanging, wist ik dat er iets vreemds aan de hand was. Ik riep mijn man om te komen kijken, in de hoop dat er misschien een probleem was met de elektriciteitskabel, zodat “a popki f’ mi hati kan s’don” zoals mijn moeder altijd zei. (Vertaald: “Het poppetje van mijn hart tot rust kon komen.”)

Hij bleef een hele tijd de kabel controleren, maar alles leek in orde te zijn. “Bos’ wan tu kunfroku dan zet je ze bij het raam en onder z’n kussen,” zei mijn man toen. (Vertaald: “Stamp wat knoflook en leg het bij het raam en onder zijn kussen,” ) Dat deed ik, en voor de rest werd ik niet meer gestoord.

Die avond begon onze hond echter vreemd te doen. Zij begon te huilen en te janken. Opeens hoorden we haar rennen, blaffen en grommen. Het lawaai was zo luid en heftig dat mijn man wakker werd en ging kijken wat er aan de hand was.

Toen hij de deur opendeed, rende onze hond direct naar binnen. “Puhntanyah, wat doe je, ga naar buiten,” riep mijn man. Ondertussen stond ik bij de deur van onze kamer te kijken naar wat er gebeurde en zag dat Puhntanyah helemaal ineengedoken zat onder de tv-tafel.



“Laat ze voor vanavond binnen blijven, kande wan san’ e moeilijk en,” zei ik toen. (Vertaald: “Laat haar voor vanavond binnen blijven, misschien is er iets wat haar lastig viel,”) Mijn man pakte een oude trui en legde die voor Puhntanyah zodat ze erop kon slapen.

De volgende ochtend toen ik op het punt stond te vertrekken, zag ik Puhntanyah op de trui liggen en hoorde haar zachtjes janken. Ik liep naar haar toe en merkte dat de trui waarop ze lag, nat was.

In eerste instantie dacht ik dat ze op de trui had geplast, maar toen ik beter keek, schrok ik bijna van wat ik zag. Haar achterpoot was helemaal open, en vanwege de donkerblauwe kleur van de trui had ik niet meteen door dat het om bloed ging.

Ik slaakte een luide kreet, waardoor mijn man meteen wakker werd en kwam kijken wat er aan de hand was. Ik liet hem de wond zien. Ze jankte zachtjes, en het leek erop dat ze het niet zou overleven.



We brachten haar naar buiten om naar de verwondingen te kunnen kijken. Ik zag drie diepe sneden in haar dijbeen. “Iemand heeft haar aangevallen,” zei mijn man. “Had je dat gisteravond niet gezien toen ze naar binnen rende? Toen was ze nog in goede gezondheid en zouden we al bloedsporen hebben opgemerkt,” merkte ik op.

Het was vreemd dat iemand haar met drie sneden had verwond, die ongeveer 2 centimeter van elkaar verwijderd waren. We aarzelden niet en brachten haar meteen naar de dierenarts Reso.

A dagu fokkop jongu, zo’n mooi beest,” zei hij geschrokken toen hij haar verwondingen zag. (Vertaald: “Arme hond, zo’n prachtig dier”) Hij controleerde haar andere functies en constateerde dat ze veel bloed had verloren en dat bepaalde inwendige organen waren aangetast.

“We moeten haar laten inslapen,” zei dr. Reso. Hij pakte Euthasol en gaf haar een injectie. Ik heb gehuild, mijn geliefde Puhntanyah was er niet meer. Nadat ze was overleden, hebben we haar mee naar huis genomen en heeft mijn man haar begraven op ons achtererf. Ik was laat voor mijn werk, maar gelukkig had ik de mogelijkheid om een halve dag vrij te nemen, dus was mijn dag toch gedekt.

Die middag, toen ik thuis kwam, begon ik onmiddellijk met het wassen van de kleren van mijn man en zoontje. Mijn zoontje was inmiddels bij zijn oma, die op hem paste. Mijn man zou hem later ophalen, maar het was vrijdag, wat betekende dat mijn moeder hem zou vergezellen om het weekend bij ons door te brengen. Maar dit weekend zou allesbehalve gezellig zijn.



Terwijl ik bezig was de kleren achter op het erf op te hangen, viel me op dat het graf waarin Puhntanyah begraven was, open stond. Het leek niet alsof er gegraven was, maar eerder alsof iets eruit was gekropen. Ik ging ernaartoe om te kijken, maar het graf was leeg. Puhntanyah was verdwenen!

Angst bekroop me nu, en ik haalde snel de was naar binnen. Ik dacht dat het misschien mijn verbeelding was, maar op dat moment hoorde ik mijn hond in de verte janken. Misschien had iets haar opgegraven om op te eten. En geloof me, mijn man had een gat van minstens een halve meter diep gegraven.

Toen mijn man, zoontje en moeder arriveerden, wees ik mijn man meteen op het open graf.  “Ofa dja Gracia, dis no bun yere…dis’ fout totaal,” zei hij geschrokken. (Vertaald: “Kijk eens, Gracia, dit is niet goed… dit is helemaal fout”) Mijn moeder kwam ook kijken, maar begreep nog niet wat er aan de hand was.

Ik vertelde haar alles in detail, en haar gezicht betrok toen ik klaar was met mijn verhaal. “Ken je iedereen op straat, niet per se bij naam, maar herken je ze van gezicht?” vroeg ze. We knikten instemmend. We groetten bijna iedereen en maakten zelfs een praatje met enkele buren.

Zelfs als ik soms op de hoek van de straat op de bus stond te wachten, waren de meeste buren aanwezig om samen de bus te nemen. Plotseling herinnerde ik me de oude man die ik nog nooit eerder had gezien en vertelde mijn moeder over hem.

“Shit,” zei mijn moeder plotseling. “Heb jij hem gezien, Reggy?” vroeg ze aan mijn man. Reggy antwoordde dat hij nooit een oude man in de straat had zien lopen.  “I sab’ san den man e taki fu Asema toch, volgens mi wan Asema e tan dja in a busi,” zei m’n moeder een beetje ongerust. (Vertaald: ‘Je weet wat men zegt over Asema’s toch, volgens mij woont er een Azema hier in het bos’).



“Ach, mama, het kan gewoon iemand zijn die niet vaak naar voren loopt,” zei ik. Volgens mijn moeder kunnen deze wezens (let op, het zijn geen geesten) de gedaante aannemen van mensen of dieren om niet op te vallen wanneer je ze tegenkomt. Vaak nemen ze de vorm aan van iemand uit de omgeving.

A man sa yu si mus’ de na libi, maar hij is of bedlegerig of hij is pas overleden,” zei m’n moeder. (Vertaald: “De man die je hebt gezien moet ofwel in leven zijn ofwel pas zijn overleden.’’) Hoe dan ook, ik wilde niet dat ze er verder over sprak, omdat ik niet wilde dat mijn zoontje bang zou worden. Plotseling riep Reggy me: “Gracia volg dja…kon volg” (Vertaald: “Gracia, kom eens hier.”)

We renden naar het achtererf en zagen Reggy in het bos staan. Er hing een vreselijke stank in de lucht terwijl ik door het bos liep en daar vond ik Puhntanyah, nog helemaal intact. Er ontbrak niets aan haar, en er was niets van haar gegeten.

Mijn moeder pakte azijn en knoflook en gooide dat in het graf. Mijn man plaatste haar voorzichtig terug en nadat mijn moeder nog wat azijn en knoflook in het graf had gegooid, begroeven Reggy en mijn man haar opnieuw. De avond viel snel in.

Die nacht, terwijl de anderen al sliepen, bleven mijn man en ik wakker om te praten over wat mijn moeder ons had verteld. We wilden haar graag geloven, maar dit ging verder dan wat we ooit hadden gehoord over Asema’s. “Zijn het niet gewoon mensen die hun huid afschillen en in vampiers veranderen?” vroeg ik aan Reggy. “Dat is wat ze zeggen… misschien,” antwoordde Reggy terwijl hij opstond, een doek nam en de lamp kort losdraaide om het licht uit te doen.



We lagen in bed, en net toen ik bijna in slaap viel, werd de kamer plotseling verlicht. “Reggy… Reggy, het licht is weer aan,” fluisterde ik geschrokken. Hij werd enigszins geïrriteerd wakker en grapte: “Ey no kon lul-lul dya jere, kir’ a kaolo faya…mi wan sribi.” (Vertaald: “Hee, niet hier komen ouwehoeren, maak dat felle licht uit… ik wil slapen.“) En het licht ging uit, alsof het naar zijn woorden luisterde.

We sprongen meteen op en verschoven naar het hoofdeinde van het bed. “WTF is dit!” Reggy vloekte. Het licht knipte weer aan, en we zagen een ovale schaduw op de muur. Plotseling verdween het, alsof het door de muur heen was gegaan, de aangrenzende kamer in.

Precies op dat moment hoorde ik mijn moeder hevig kreunen van pijn. We haastten ons naar haar kamer en vonden haar ineengedoken, haar handen om haar buik geklemd. “Ma sampsa… sampsa…” zei ik angstig. (Vertaald: “Ma, wat is er…wat is er…”) Ze had duidelijk ernstige pijn aan haar zij.

Toen ze haar trui optrok, zagen we drie lange diepe sneden op haar buik, vers rood en bloedend. “AsemaAsema… ze zijn in het huis,” kreunde ze. Plotseling werden haar ogen groot, en ze staarde naar een hoek van de kamer. Het werd donkerder, ondanks dat de lamp in de kamer brandde. Ik gooide alles wat ik kon vinden in die richting, maar het leek niet geraakt te worden. Ik gilde zo luid dat de buren wakker werden en kwamen kijken wat er aan de hand was. We konden niet langer in het huis blijven.

Gelukkig boden de buren ons onderdak voor de nacht. Maar het ergste was nog niet voorbij. Mijn zoontje was, ondanks het gegil, niet wakker geworden. Hoe ik hem ook schudde, hij bewoog niet. Ik tilde hem op en rende met hem naar het balkon.

Toen ik op het balkon van de buren zat en probeerde mijn zoontje wakker te maken, leek het niet te lukken. Opeens merkte ik dat mijn nachthemd rode vlekken had. Ik riep Reggy en vroeg hem om mijn zoontje vast te houden terwijl ik op zoek ging naar de bron van het bloed, maar ik kon niets vinden.



Toen ik naar zijn sokken keek, zag ik dat ze doordrenkt waren met bloed. Ik trok ze uit en ontdekte dat al zijn tenen waren opengesneden. Elk van zijn tenen vertoonde drie kleine sneden.

Reggy haalde zijn auto op, en we reden met spoed naar Paramaribo, rechtstreeks naar de Eerste Hulp van het ziekenhuis AZ. Mijn zoontje had veel bloed verloren. Zijn tenen werden gehecht, en mijn moeder werd ook meteen behandeld. Mijn zoontje moest in het ziekenhuis blijven voor verdere observatie, en ik bleef bij hem.

Reggy bracht mijn moeder terug naar haar huis in Paramaribo en keerde terug naar het ziekenhuis om me bij te staan. Mijn zoontje kwam uit de shocktoestand, maar hij kon zich niets herinneren van de vorige avond. De volgende dag zochten we onmiddellijk hulp bij de gebedsgroep van het ziekenhuis (ze waren toevallig bezig met een ander geval) en ze begonnen voor ons te bidden, inclusief voor mijn moeder.

Terwijl ze demonische krachten probeerden te verdrijven, voelde ik me plotseling overweldigd door de drang om te gillen en te schreeuwen. Ik weet niet wat er met me gebeurde, maar ik begon uit het niets te schreeuwen en kon nauwelijks op mijn benen staan. De zusters hielden me stevig vast, en plotseling voelde ik me lichter, alsof een zware last van me was afgenomen.

De volgende dag ging Reggy naar ons huis met een paar vrienden en bracht al onze spullen terug naar mijn ouderlijk huis. Die middag haalde hij ons op van het ziekenhuis. Terwijl ik in de auto zat, viel mijn oog op een boekje op het dashboard. “Wat is dat?” vroeg ik hem. “Iemand is overleden, Gracia, in de Bonairestraat,” vertelde hij me terwijl hij me het boekje gaf, “Ik heb het in de brievenbus gevonden.” Het bleek een zangboekje te zijn voor een begrafenis, en op de voorkant stond een foto. Het was de foto van de oude man die ik eerder had gezien.

#SpukuTorie 912015 #Azema #BonairestraatMysterie #OnverklaarbaarTrauma #AngstaanjagendeGlimlach

Volg Sranan Folks Tales op Facebook.
KAARTEN VERKOOP ASEMA vandaag gestart bij TBL Cinemas Suriname.
📆 Datum: 31 oktober
⌚️ Duur: 35 minuten
🎫 Ticket: SRD 100
🎬 Er zijn twee voorstellingen voor jullie gepland:
1️⃣ 19:00u
2️⃣ 20:30u
Zorg ervoor dat je erbij bent en mis deze filmervaring niet! Koop je kaarten nu bij TBL Cinemas. Tot dan!
🍿🎬 #ASEMAFilm #TBLCinemas #FilmPremiere

WIN WIN WIN 2 kaartjes voor de ASEMA voorstelling door mee te doen aan deze Quiz.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven