De Baakuma

#SpukuTorie 922015 Daar zit ik dan, op de vloer voor de openstaande deur. We zijn 6 uren geleden geland en hebben een 20 minuten gevaren om aan te komen bij het dorp waar we zouden beginnen met ons onderzoek. Voor een statistiek bedrijf in Suriname moesten we deze 7 aaneengrenzende dorpen aandoen en bij huishoudens, door middel van een enquête, data verzamelen voor een project. Maar het werd plotseling heel druk en ik kon mensen hoor gillen en schreeuwen. Er was wat gaande. Ik was nog gerent naar de plaats waar de meeste mensen waren, maar ik kon niet echt goed zien wat er aan de hand was. Opeens zag ik ze iemand al liggend brengen in een hut. Het woord “kee-osu” viel constant door de stemmen van de menigte en ik kon me bijna ervan overtuigen dat het hier ging om een sterfgeval. Dat was het ook. Iemand was overleden en het ging hier om een jongeman, die al geruime tijd ziek was. Eerder was er een verhaal hier op Spuku Torie…en ik kan je zeggen dat ik op dezelfde plek ben als die mevrouw…want de naam “Bendiwata” kwam ook ter sprake. Toen ik het verhaal had gelezen over Bendiwata, wist ik gelijk dat er meer zal gebeuren. Op afstand stond ik te kijken toen een groep mannen kwam aangelopen in vol Saramaccaans ornaat. Een van hen die op de leider leek van de groep, liep de hut in en pakte de hand van de overleden jongen, knipte een nagel van zijn vingers af en hetzelfde deed hij met zijn haar. Het materiaal werd geplaatst in een kalebas en afgedekt moet doeken. Opeens werd ik getikt op de schouder door een collega en die vroeg me of we terug naar ons huisje kunnen, anders zouden we op een gegeven moment moeten dealen met alles wat er hier gebeurd…en daarvoor zijn we niet hier. Ik sta op van de deuropening en ga naar binnen.

Voordat de avond naderde werd het echt stil in het dorp. Het was zo stil, dat ik bang begon te worden, omdat ik dit niet gewend ben. Vanuit het achter terrasje van het 1 kamer huisje, lag ik in mijn hangmat, alles zo een beetje gade te slaan. Ik zag de groep mannen lopen naar de aanmeerstijger en voeren terug naar de overkant. Ik wist dat daar dus Bendiwata was. “Hey Rinia, je slaapt noh?”, hoorde ik mijn collega roepen. “Neen, ik lig gewoon te kijken naar wat er allemaal gebeurd…trouwens wie zijn die mannen”, vroeg ik haar. Ze wist me een beetje te vertellen dat het allemaal nu anders zal aflopen en dat we misschien wel het werk kunnen voortzetten in de andere dorpen. We hadden toen nog samen de stukken klaargelegd voor de volgende dag. Later kwam onze contactpersoon langs om ons het 1 en ander uit te leggen over het gebeuren en we ons strikt aan de regels zullen moeten houden, ook al zijn wij buitenstanders. We zijn eenmaal hier en kunnen er niet onderuit. “Die kleren die je daar hebt opgehangen…hang ze binnen op en vraag me a.u.b. niet waarom…”, zei ze opeens in strenge toon. Ik trok mijn wenkbrauwen op want dit is toch niet normaal. Hoe gaat mijn kleren drogen. Ik deed mijn kleren dus binnen en ben gaan slapen.

De volgende dag werd ik tegen 4 uur wakker gemaakt. We moesten water dragen vanuit de rivier naar ons huis omdat de pomp unit, die water moest pompen naar de durotanks, kapot was. Het was me een hels karwei om dit in de vroege ochtend te doen. Toen ik aankwam bij de rivier was daar een drukte van jewelste. Iedereen was bezig met het sjouwen van water. Ik heb een ton naast het huis met wel bijna 6 emmers gevuld met water. Gedurende de dag mocht niemand bij het water zijn. Niet eens een teen van je mag in de rivier terecht komen. Dus mijn werk was opeens een hele saaie periode aan het worden, omdat ik dit niet gewend ben van het binnenland. Ik kon na zo een zware job van water sjouwen, niet meer in slaap vallen en heb dus gelijk een bad genomen met het ijskoude water. Lekker fris. Nu ik niks te doen had, ben ik maar weer gaan liggen in mijn hangmat en begon een boek te lezen. Opeens zag ik een groep vrouwen langslopen en die riepen “U weki noh” (Goede morgen) en ik groette terug “U wekioo” (Goede morgen). Ik versta geen Saramaccaans, maar kan wel bepaalde woorden herkennen en zo herkende ik de woorden Taaku en Dëdë die in het Sranan gewoon Takru en Dede betekend en vertaald naar het Nederlands ‘Slechte’ en ‘Dood’ betekend. De conversatie leek eerder op de vraag of de man een Slechte Dood heeft ondergaan. Ze waren er dus niet zeker van. Ik riep ze om ze te vragen wat er allemaal gebeurde en 1 dame, een zekere Samellia, vertelde me dat het kan zijn dat iemand aan Taaku Dëdë kan zijn gestorven. Daarom dat de Baakumii waren gekomen om zijn nagels en haar te verzamelen voor een onderzoek in Bendiwata. “Baakumii…wat is dat”, vroeg ik haar. “Dat zijn de grafdelvers van Bendiwata. De familie wil weten wat er precies is gebeurd, dus doen ze sinds gisteravond een Tjai Sëmbë ritueel. Als alles goed zit en hij is niet gestorven door een Taaku Dëdë, dan zal hij verklaard worden als Apuu Sama. Hij is dan goed gestorven”, zei Samellia. Ik stond versteld van wat ze me allemaal vertelde en wilde eigenlijk uit nieuwsgierigheid meer weten, maar ze wilde niets meer kwijt. “Doe gewoon wat je gevraagd of opgedragen wordt Rinia”, dan zal je verblijf hier rustig aflopen.

De woorden van Samellia draaiden nog door mijn hoofd toen we liepen naar het naburige dorp. We moesten heel vroeg op pad zijn om zodoende onze deadline te halen, want we hadden 1 dag gemist. We hadden ook de opdracht gekregen om niet langs de rivier te lopen. Dat was onze gids die ons dit vertelde. We hadden ook een bepaald tijdstip dat we terug moesten zijn. Dus je kan je voorstellen hoe zwaar dit alles aan toe ging. De vragen op de enquête waren gelukkig vertaald naar het Saramaccaans en was het makkelijker om de vragen te stellen via onze gids. Hij was een lokale heer van het dorp Kayana. Toen we de hele middag hebben door gebracht, huis aan huis, was het tijd om te vertrekken. Maar ik wilde echt alles invoeren ter plekke want de batterij van mijn laptop stond op low. Ik heb hem zodanig overgehaald dat hij instemde om nog even te blijven in het dorp en de data alvast in te voeren in SPSS. Op een gegeven moment werd hij onrustig en zei dat we nu echt weg moesten. Nu waren we onderweg naar huis of Henk, onze gids, stopte en zei zachtjes “Baakuma”. “Wat zeg je”, vroeg ik geschrokken. “Baakuma, Baakuma…ren…kom snel ren”, en we begonnen met rennen. Mijn gunst. Ik heb me nog nooit zo angstig gevoeld in mijn leven. Alleen het woord “Baakuma”, wat grafdelver betekend, maakte me al bang. En dat ik nu voor diezelfde “Baakuma” moest wegrennen. En uit het niets stonden opeens een grote groep mannen op het bad en renden ons tegemoet. “Niet schreeuwen…stil blijven stil blijven”, zei Henk. Toen ze ons genaderd waren, spraken ze boos tot Henk, maar volgens mij kon Henk zich wel goed verdedigen. “Geef ze iets…heb je eten bij je…geef ze nu iets”, zei Henk. En voordat ik het wist stonden ze om ons heen. “Niet kijken in hun ogen”, zei Henk direct. Mijn collega gaf ze een zak Dorito’s en bol die ze had meegenomen. Ik had letterlijk niks bij me. Alleen mijn laptop en mijn stukken. Mijn collega gaf me de bol en op mijn beurt gaf ik het aan de mannen. Op een gegeven moment gingen ze weg. We konden toen verder rennen naar ons huisje terug. Toen we uitgeput waren aangekomen, begon ik uit wanhoop te lachen. “Wat is ons overkomen”, vroeg ik Henk. “We moesten eerder weg, anders moet je boeten voor het laat thuis zijn”, zei hij. “Zie je kinderen om je heen?”, vroeg hij. En werkelijk, het viel op dat ik geen enkel kind heb gezien. Ze blijven in de buurt van hun huis en mogen op bepaalde tijden niet eens naar buiten. Ik heb nog een paar beschuitjes en chips gegeten en ben daarna gaan baden in het nu warme water van de ton.

De avond naderde en toen begon het. Ik begon onrustig te slapen. Ik wist niet wat er aan de hand was. Ik draaide continu om in bed en opeens begon het erg koud te worden in mijn kamer. Opeens kreeg ik het gevoel alsof het hele huis in een ruk werd opgetild en met een grote vaart terugkwam op zijn plaats. Het gevoel wanneer je in een vliegwiel zit op een kermis. Op een gegeven moment probeerde ik het bed naar beneden te drukken door met mijn handen en voeten in een dip-houding te gaan staan. Niks bewoog, maar in kon duidelijk voelen dat ik naar boven werd getild en terugkwam op mijn bed. Ik kneep mijn ogen heel hard dicht en begon het Onze Vader op te zeggen. Opeens werd ik geduwd van het bed en al rollende kwam ik terecht tegen de muur. Ik wilde gillen maar het lukte niet, maar opeens hoorde ik drummen, alsof er in de buurt drummen werden bespeeld en opeens zag ik door mijn die open stond een gedaante met een rond hoofd en grote rond gaten erin. De gaten waren waar de ogen moeten zijn. Het bleef staan en kijken voor zeker een uur. (Tenminste zo leek het voor mij) Opeens voelde ik weer dat ik werd opgetild van de grond, terwijl ik nog lig. (Ik kan het niet beter uitleggen, maar ik hoop dat jullie het begrijpen) Opeens was het weg. Ik viel nu echt van zeker een meter de lucht in met een smak op de houten vloer. Mijn bed sloeg plotseling over. Ik kwam los, maar bleef liggen uit angst. Langzaam begon ik op te staan en ben in een hoek van de kamer, ineengedoken, gaan zitten. Ik was me ervan bewust dat er iets niet goed zat. Ik heb daar gezeten tot dat de zon opkwam. Ik was pas opgestaan toen Henk en mijn collega me aan de deur riepen. Ik rende met de meeste spoed uit het huis in de armen van Henk. Hij schrok ervan maar ik kon mijn heel verhaal kwijt. Ik heb toen begrepen van Henk wat er is gebeurd. Ik heb de boete niet zelf betaald, maar heb iets gehad van iemand…als het ware wilde die persoon mijn schuld kwijten. Maar zo werkt het niet. Ik moest iets hebben gegeven. De geestelijke krachten die lopen met de Baakuma zijn niet om mee te spotten. Daarom dat ze zeggen dat niemand mag zwemmen of baden in de rivier als de Baakumii bezig zijn te varen. Ze kunnen je altijd verrassen en daarop moeten we wel afgestemd zijn. De kracht van hun geestelijke lading is zo sterk, dat het soms voorkomt, dat zelfs dieren hen vermijden. Wat ik heb gevoel of ervaren is een geest van de Baakuma van Bendiwata.

De jongeman die was overleden was een goed mens. Het resultaat was een Apuu Sama…een goede dood. Als het ritueel had uitgewezen dat het een slechte dood was…zou de ontmoeting met de Baakumii anders zijn verlopen in mijn kamer.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven