De Stille Kelder

#‎SpukuTorie 462015: Het was eindelijk zover. We hadden een paar lange maanden achter de rug en dat alles had betrekking op de jaarafsluiting. Met de hulp van een accountantsbureau hadden we ons werk voltooid en het resultaat…het ziet er prachtig uit voor ons in het komend jaar. Maar zodra de hulp voorbij is, worden de 10-jarige boeken uit hun ordners gehaald en gearchiveerd in dozen. En dat was dus mijn ‘pakkie’ aan. Mijn werkruimte zit vlak naast het archief. En als je een gat in de lucht wil springen van blijdschap, dan denk ik dat je letterlijk een gat in het plafond zou kunnen springen, want het scheelde maar 15 centimeters of je kon je hoofd tegen het plafond slaan…zo laag was het plafond van onze ruimte. Maar misschien is het nu al duidelijk dat mijn werkruimte een kelder is. Ja, het plafond van ons is een vloer op de zogenaamde “begane grond”. Laat mij maar direct kennis maken met jullie; mijn naam is Loes (Lucille). Mijn beroep is Financieel Administrateur.



Er gebeuren heel veel onopvallende dingen op mijn werkplek, maar dan heb ik het niet alleen over de ruimte waar ik in werk. Ik heb het dan over dit hele erf. Sommige gebouwen dateren zelfs uit de jaren 1600. Maar onopvallend zal voor mij niet gelden, vooral als deze dingen zich voordoen in mijn ruimte. Een ruimte die ik op mijn tien vingers ken. Een ruimte waar ik precies weet waar elk item thuishoort en waar weer niet. Maar het begon als vanaf dag 1 toen ik pas in dienst was genomen. Ik vond die ruimte altijd vreemd…waarom een kelder gebruiken als kantoorruimte terwijl er genoeg plaats is op het erf om gebouwen bij te laten bouwen. Maar volgens mij waren de middelen er niet om te beginnen aan kantoorruimtes. Er waren wel andere plannen, die nu anno 2015 reeds gerealiseerd zijn, nieuwe gebouwen en kantoorruimtes. In 1989 was daar nog niet eens sprake van. Maar om terug te komen op de eerste dag van mijn aanvang in mijn nieuwe ruimte. Ik had een doos met eigen kantoor spulletjes meegenomen die me het werk helpen vergemakkelijken. Ik was ze bezig te plaatsen op mijn bureau, toen de voordeur openging. Hoe de ruimte zo een laag plafond heeft kon ik niet zien wie voor de deur stond, maar ik kon wel de schaduw zien van iemand. Ik hoorde iemand zijn keel schrapen en toen ging de deur weer dicht. Wie weet, misschien was het de beveiligingsman of iemand die kwam kijken of de ruimte open was en of ik al binnen was. Maar tijdens het schaften heb ik iedereen gevraagd of ze toevallig naar me zijn komen zoeken bij de deur…niemand is naar me komen zoeken. Dit gebeurde bijna dagelijks vanaf die dag. Ik begon het als normaal te zien, omdat ik me niet bang noch achtig voelde. Misschien is het gewoon een beschermengel.



Gedurende de jaren dat ik daar in de kelder werkzaam was kwamen er steeds weer nieuwe mensen bij. Ik heb het over echte mensen hoor. Het waren mijn nieuwe collegae die de afdeling zijn komen versterken. Mevr. Hieralal wist bijna gelijk dat er iets niet pluis zit met de ruimte, maar ze maakte gelijk de opmerking dat er meer zit in het archief. De matglazen deuren van het archief werpen zo af en toe schaduwen af vanuit de binnenkant. Maar niemand schijnt erin te zijn. “Maak je niet druk mevr. Hieralal, dit ding is al jaren hier en het doet niemand kwaad”, zei ik haar geruststellend. Maar een ochtend begon het vreemdste ding ooit. Ik liep bij de hoofdingang de poort naar binnen en zag een jongetje staan in de tuin van ons bedrijf. Ik liep naar hem toe om te vragen wie hij is en vanwaar hij komt. Misschien is hij opzoek naar zijn moeder ofzo. De jongen was een mix van Indiaans en creools…ik kon dat duidelijk zien. Ik zei hem dat hij met me mee mag lopen als hij dat wil, dan mag hij mijn kantoor zien en even zitten wachten totdat ik zijn mama had gevonden. De andere collegae waren nog niet aanwezig. Ik pakte een extra stoel en plaatste het naast mijn bureau. Hij nam plaats op de stoel en glimlachte met me. “Waarom lach je dan kleine man? Ga je me nu eens eindelijk vertellen hoe je heet?”, vroeg ik. “Klek, ik heet Klek”, zei hij. En dat is wat ik heb verstaan. Hij begon toen heel raar mijn arm vast te houden en te strelen totdat hij me streelde over mijn wangen met zijn kleine handjes. Hij mompelde iets dat ik heb verstaan als: “jij leeft lang, maar je ziek gaat niet dood maakt” en toen ging opeens de voordeur open. Ik keek om en zag mevr. Hieralal de trap afkomen naar de kelder. “Hoi Loes, frisse morgen zonder zorgen, fa’f i (hoeis’t)”, zei ze op vreugdige toon. Toen veranderde haar gezicht van vreugdevol naar bezorgd: “Waarom huil je Loes, sampsa?”. Ik zetten mijn handen op mijn gezicht om te voelen of er tranen zijn en warempel, ik zat te huilen. Ineens m’e kis’ mi srefi (kwam ik tot het besef); waar is die jongen gegaan? Hij zat niet meer op die stoel. Ik heb mevr. Hieralal gevraagd of ze die jongen heeft gezien die vlak voor me zat op de stoel. “Meisje, toen ik de trap af kwam was je alleen hier…mi no si no wan boi (ik heb geen ene jongen gezien).” “Loes gaat het wel goed met je? Is er iets dat je me moet vertellen of is er iemand van je overleden ofzo”, vroeg Hieralal bezorgd. Ik heb haar verteld wat ik heb meegemaakt. “Zie je Loes, het is deze hele plaats. Mijn gevoel liegt niet voor me. A presi dis’ no bun”, zei ze een beetje angstig. We hebben het gelaten voor wat het is en ik heb die jongen niet meer gezien.



Zo, dus nu wil ik terugkomen om het opbergen van de stukken. Allemaal worden uit de ordners gehaald en geplaatst in archiefdozen. In het archief hebben we dan de lege rekken voorzien van een plakkaat met de datum. Ik was die dag alleen in het archief. Mevrouw Hieralal was er niet omdat ze met verlof was voor een weekje. Wel…ik had een kruk meegenomen naar het archief en had speciaal mijn lange broek uniform aan i.p.v. de rok. Dan kon ik me ook vrij bewegen in het archief. Ik zat op mijn krukje en plaatste mijn headphones in mijn oren en luisterde naar muziek. Terwijl ik mee zing en tegelijkertijd mijn werk doe, voel ik een tik op mijn schouder en hoor dan door de muziek heen een stem zeggen: “Kunt u a.u.b. stil zijn?”. Ik keek direct om, trok de headphones uit mijn oren en keek in het rond. Was Hieralal toch aan het werk gekomen? “Hiera, ben je daar? Ben jij het Hiera…halo”, riep ik door de ruimte. Ineens hoorde ik een luide “SSSSSSSSTTT”. Ik sprong op van de kruk en liep direct uit het archief. Ik keerde me om en keek in het donkere archief en zag opeens beweging helemaal uiterst van de ruimte. De lichten knipperen en ineens was alles uit. Er was geen stroom. Ik liep naar mijn bureau die net onder het kelderraam stond. Er kwam net genoeg licht naar binnen zodat ik mijn tas kon inpakken. Net toen ik klaar was met inpakken, hoorde ik beweging naast mijn bureau. Daar zat hij dan, die kleine jongen. Hij zei het weer: “je ziek gaat niet dood maakt”. “Wat bedoel je, wat wil je van me”, zei ik angstig en vol vrees. Ik hoorde weer het luide “SSSSSSSTTT”, maar zag dat het kwam van de grote grijns die hij maakte met mijn mond. “Melk ziek niet dood maakt”, zei hij voor het laatst toen de stroom terugkwam en alle lichten weer aan gingen. De jongen was weg.



Niet lang, na dit hele gebeuren, kreeg ik hevige pijnen aan mijn arm en in mijn oksel. Na een doktersbezoek ben ik verwezen naar een specialist en de diagnose was kanker…borstkanker. Het was gelukkig tijdig ontdek, maar er waren een paar kleine uitzaaiingen. Ik heb mijn borst laten amputeren en ben onder chemo geweest voor ene hele lange tijd. Het was verschrikkelijk, maar ik heb de strijd gewonnen met de hulp van de Almachtige. Maar ik weet niet of het de chemo was geweest…maar hij was naast mijn bed een keer en hij streelde me op mijn wangen en hij zei “jij lang leeft”. Ik weet niet of het een boodschap was die hij bracht. Maar ik wist het toen niet te interpreteren. Misschien was het ook iets anders. Maar voor hen die willen weten waar dit alles is gebeurd? Ik werk in het eerste en de 2e grootste ziekenhuis van Paramaribo in de stille kelder.

El Dorpha “Admin Collectief”


Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven