De Vloek Van Het Dal

#SpukuTorie 1802016 Samen met een groep van 4 vriendinnen hadden wij een weekend package geboekt bij het resort Berg & Dal. Het was vakantie. De tijd waarin mensen zich tegoed doen aan kreken en rivieren op verschillende vakantieoorden in het geheel land. Berg & Dal kwam als eerste voor op ons verlanglijstje en toen we te horen kregen dat we tevens een fixe korting mochten genieten, hebben wij niet twee keer nagedacht onze vakantie daardoor te brengen. Het resort is 1 van Suriname ’s prachtigste plekken aan de Suriname rivier. Het begon allemaal al bij de schemering van de eerste avond. Mijn naam is Latoya en met toestemming van de andere vrienden vertel ik onze ervaring.

Na een dag bepaalde bezienswaardigheden te hebben gezien, wat eigenlijk een flinke wandeling was geworden, zat ik met 1 van de vriendinnen op de pier. De zon was net onder en de nacht begon wakker te worden. We stonden een tijdje te babbelen totdat we een haastig geren hoorden aankomen vanachter ons. Denkende dat het 1 van onze andere vrienden zou kunnen zijn, keken we dus niet gelijk om. Maar het geren stopte. Verwonderd keerden we tegelijkertijd onze blik naar de plek waar we het geluid voor het laatst gehoord hadden, maar tot onze verbazing stond er niemand daar. “Wat was dat?”, vroeg Gisel. “Ik weet ’t niet…misschien is het wel het hout van de pier…of het water van de rivier die tegen de pilaren aankomt”, zei ik haar geruststellend. Gisel vroeg mij toen of ik wel voor mezelf de plek heb gegroet toen ik op het terrein kwam. “Jawel, daar maak ik geen grappen mee hoor…”, zei ik. Het is een Surinaamse gewoonte om de plaats die je bezoekt of gaat bezoeken te begroeten. Een Surinaams lied vertolkt deze gewoonte ook: “Mi mama leri mi, dat’ te mi e go na suma presi, bar’ na doti wan odi”, dat letterlijk vertaald wordt naar het Nederlands “Mijn moeder leerde mij, dat als ik naar iemands plaats ga, moet ik de grond groeten”. De oude plantage Berg & Dal heeft heel veel van zijn geschiedenis geherbergd in het geestelijk vlak. Vandaar dat je er ook echt op moet letten als je zulke plaatsen bezoekt. Maar om terug te gaan naar het moment waar Gisele en ik naar elkaar stonden te kijken…het was heel vreemd…echt vreemd omdat wij beiden ons hadden gehouden aan de traditie.

Na genoten te hebben van een heerlijk diner, waren we geweest langs het strand om te genieten van een koele bries en de heldere sterrenhemel. Toen we daar zaten werden wij op een gegeven moment onaangenaam verrast door een hulpgeroep afkomstig van de rivier. Een beetje in paniek geraakt, sprongen we op en keken over het wateroppervlak heen om te zien wie daar om hulp riep. “Ooi Ooi”, klonk het vanuit de rivier. Gisele en Natasha renden naar de eerste beste guide die in de directe omgeving van ons was en vertelden hem wat we hadden gehoord. “Het is niets dames…ik raad jullie wel aan om niet meer langs het strand te zitten voor vanavond”, zei hij op rustige toon. “Waarom niet”, vroeg Gisele. “Ik raad dat gewoon aan mevrouw…en als het niet lukt om jullie van het strand te krijgen, dan zal ik het als eis stellen”, zei hij opeens heel streng. Er ontstond een woordenwisseling tussen Gisele en de guide, dus renden wij er gelijk naartoe om Gisele weg te halen voordat ze met pannen en potten zou beginnen te smijten. “Gisele laten we gewoon van het strand gaan en dan is het basta”, zei een andere vriendin genaamd Bianca. Gisele was vanaf dat moment áán. Onder veel geklaag van haar liepen we naar onze caban om daarna een uurtje te wezen zwemmen in de pool. Tenminste kon dat Gisele eindelijk tot bedaren brengen. “Hoe kan die man nou zeggen dat er niets aan de hand is terwijl we duidelijk iemand hebben horen roepen om hulp”, maakte Gisele opeens kenbaar. “’t Is toch niet normaal”, zei ze. We vonden het natuurlijk ook vreemd, maar wilden ons echt niet eraan storen. “Misschien is dat de policy hier”, zei Bianca. Na een tijdje te hebben gezwommen, vonden we dat het genoeg was en gingen we dus onze slaap plekjes opzoeken. Het was immers als 11 uur in de avond geworden.

Bianca en ik sliepen op 1 bed, terwijl Gisele en Mireille op het ander bed sliepen. We waren allemaal in diepe rust als ik wakker werd gemaakt door een tikkend geluid. Het werd alsmaar luider. Ik werd wakker en keek naar de grote glazen deur vanwaar het geluid kwam en zag dat er een silhouet van een jong kind voor de deur stond. “Huh…misschien is hij verdwaald ofzo”, dacht ik in mezelf. Ik stapte uit bed en liep gelijk naar de deur om het open te doen. Maar toen ik de deur opendeed en naar buiten keek, stond er gewoon niemand daar. Ik ging naar buiten en maakte een links afslag het pad op en zag dat het kind in het donker stond voor 1 van de andere cabans te tikken op de mensen hun deur. “Hey…wat doe je daar”, riep ik fluisterend. Hij had me zeker gehoord omdat ik zag dat hij naar mij keek, alleen kon ik zijn gezicht niet zien omdat hij in het donker stond. Hij zette het plotseling op een lopen en ik achter hem aan. “Wat doet dit kind nog op tegen zo een tijd van de nacht…gewoon mensen aan het storen”, dacht ik. Ik zag dat hij de trap afrende naar het strand. “Gunstens, dit kind gaat me nog een hartaanval geven”, zei ik terwijl ik nog harder begon te rennen achter hem. Toen ik op het strand was aangekomen, stond hij met zijn gezicht gericht naar de rivier. Ik liep met grote stappen naar hem toe en siste nog naar hem: “Jongen, moet je niet slapen…waar is je moeder”. Op het moment dat ik hem aanraakte, leek het alsof mijn ellenboog een slag kreeg waardoor ik een verlammend gevoel en tintelingen begon te voelen aan mijn arm. Hij keerde zich om en toen zag ik het. Zijn gezicht was groot, opgezwollen met gele uitpuilende ogen terwijl hij zijn tong, die ook zwart en opgezwollen was, uit zijn mond hield. “Mama…mama”, klonk het gemoffeld. Ik deinsde een paar meters achteruit en viel languit achterover. “Shit…luku wan tra ka dja”, schreeuwde ik luid. Heel snel klauterde ik uit het zand van het strand en begon te rennen richting mijn caban. Ik kan me niet veel herinneren van het volgend moment, maar toen ik in mijn caban was aangekomen, zag ik mezelf liggen in bed naast Bianca. Opeens dempte alle geluid weg en werd alles zwart om mij heen. Hetzelfde gevoel als wanneer je bewusteloos zou geraken. Met een schok werd ik gillend wakker.

De andere schrokken natuurlijk van mijn gegil. Helemaal verward en volgens mij bijna getikt, rende ik naar mijn spullen en begon alles in te pakken. Het werd echt een ruzie op dat moment, dat Gisel mij een ferme baks in mijn gezicht gaf om bij te komen. “Ben je rustig nu Toya…ben je rustig?”, schreeuwde ze. “Sampsa meid…wat is gebeurd…?”, vroeg Bianca. Ik vertelde ze het heel verhaal. Ze geloofden me natuurlijk niet direct, omdat het volgens hun mogelijk is dat ik gewoon een enge droom had gehad. “Ik weet wat ik heb gezien…ik weet wat ik heb gehoord…en ik weet dat ik nog in dat bed lag toen dat alles gebeurde”, schreeuwde ik. “Meisje, beter zak je die schaaf van je, noso y’o fir’ ete wan”, schreeuwde Gisele. “Trouwens, we maken nu de andere buren gewoon wakker uit hun nachtrust…dat is niet de bedoeling”, zei Bianca. Ze hadden gelijk…maar ik wilde voor geen cent meer blijven op de plek. Ik had er echt geen zin in om die nacht zelfs nog door te brengen op de plaats. Ze kregen me zover om te blijven, want het zou ook gevaarlijk zijn de weg terug te rijden in het hels van de nacht. De nacht was nog lang. Maar ik was bang om in slaap te vallen.

Bang mocht ik zijn om in slaap te vallen, maar het zwemmen had mij zodanig uitgeput, dat ik binnen korte tijd weer in dromenland was. Op een gegeven moment hoorde ik de stem van het kind in mijn slaap roepen: “Mama…mama”. Ik werd toen wakker op een heel ongemakkelijke en onrustige manier. Ik deed mijn ogen bewust niet open, omdat ik het gezicht nog zo voor me kan halen. Om het nog een keer te zien zou echt mijn dood betekenen. Ik hoorde toen de stem vlak bij mijn oor, terwijl ik op mijn zij lag, met mijn gezicht gericht naar Bianca. Ik voelde toen een koude hand mijn schouder en arm aaien. “Mama…mama…kom me halen mama”, klonk het gemoffeld in mijn oor. Ik begon te beven van angst. Maar hoe meer ik werd geaaid des te krampachtiger mijn lichaam begon te worden…ik voelde mezelf zwakker en zwakker worden. Op een gegeven moment, voelde ik mijn bovenlichaam automatisch in opzittende houding gaan, terwijl ik daar helemaal geen controle over had. Ik begon te gillen, maar elk geluid leek vlak voor mijn mond weg te vallen. Ik was nog steeds met mijn rug gericht tegen de geest die achter mij stond. Ik mijn gedachte schreeuwde ik: “Keer je niet om Latoya…keer je de fuck niet om”. Opeens veranderde de stem van het kind, ik een hele hoge toon gelijk een zacht gekrijs van een vogels. Het ademde ook op die manier. “Mama…mama…kom me halen”, suisde de hoog krijsende stem achter mij. Ik probeerde te vechten tegen het gevoel van gebondenheid. Ik probeerde mezelf op allerlei manieren los te rukken van de onzichtbare greep. Plotseling voelde ik een schok en viel ik als een blok weer op het bed en langzaam hoorde ik toen het gegil van Gisels stem. We schrokken allemaal wakker en achter mij hoorde ik plotseling luide vuistslagen op het de vloer haastig rennen naar de deur. We konden het allemaal nu zien. Gisel begon te schelden van-zo-heb-je-me-niet. Het ding stond op stompen, maar als je beter keek, waren het zijn voeten die gekruld waren naar achter, waardoor de tenen rusten op zijn hielen. Het liep op de bovenkant van zijn voeten en niet op voetzolen. Dat is het enige dat we nog konden zien, omdat het daarna in een flits verdween in de duisternis.

“Velen zoeken een moeder…omdat ze die kwijt zijn”, zei de oude mevrouw. “Maar houdt ook in gedachten dat ze je niet terug zou komen…omdat niet alle kinderen zijn…maar geesten van het bos…en ook opgeroepen entiteiten van eer onze voorouders toen ze uit Africa kwamen”, voegde ze eraan toe. Deze oude mevrouw is de oma van Gisel geweest, die wij alles vertelde van onze ervaring op de plek. Ze is jammer genoeg niet meer met ons. Ze had ons gewaarschuwd om voorzichtiger te zijn de volgende keer en met een degelijke bescherming naar de plaats te gaan. Er is iets op de plaats, die soms neemt als de tijd daartoe rijp is. Maar de mensen moesten met meer respect voor de plaats hun activiteiten hebben ontplooid toen ter tijde. De adviezen waren gegeven, maar niet alles is nageleefd. Ik ben na die gebeurtenis ook heel ernstig ziek geworden tijdens mijn zwangerschap.  Mijn ongeboren kind was dood in mijn buik, omdat de navelstreng om zijn nek was gewikkeld. Ze moesten hem operatief verwijderen van mijn buik. Ik had nog gevraag hem te zien, maar dat mocht in principe niet. Half geanestheseerd viel mijn oog op mijn ongeboren kind, terwijl ik begon te gillen van woede. Zijn gezicht was opgezwollen en blauw met een grote uitgestoken tong.

1 gedachte over “De Vloek Van Het Dal”

  1. dit is puur onzin,want weetje hoeveel mensen in europa tijdens de tweedewereldoorlog zijn omgekomen.ben naar frankrijk spanje engeland
    turkije en duitsland belgie met vakntie geweest nooit heb ik wat meegemaakt wat ik hier lees
    is suriname een geval apart. heb vele verhalen gelezen en wat mij opvalt
    is dat(men gaat naar colakreek jagen een vakantiehuis huren etc etc etc,
    en alles heeft een /of nare ervaring?)zijn die geesten niet bejaard of gaan ze niet met pensioen!

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven