Het Rode Lichtpunt




‪#‎SpukuTorie 422015 We waren al 13 dagen onderweg toen we aankwamen op de Uma Kodebaaku stroomversnelling. Eigenlijk zou deze reis 15 dagen duren voordat we op deze checkpoint zouden uitkomen. Maar we hebben 2 checkpunten overgeslagen vanwege het feit dat we ook nachtelijke boottochten wilden ervaren. We zijn een groep van 10 mannen die het nodig vonden om een expeditie tocht in mekaar te zetten met een logistiek planning van een jaar. We hebben van alles geregeld; boten, bootsmannen, verblijfplaatsen voor het opzetten van onze kampen, voeding, EHBO enz. enz. Het was een hoofd-breker toen we bezig waren met de planning, maar het is toch goed uitgepakt voor ons allemaal en alle andere mensen met wie we afspraken hadden. Wat zou er precies gaan gebeuren? We besteden dagelijks maximaal 8 uren uit om te varen van checkpunt naar checkpunt. Als we zijn aangekomen op een checkpoint bedanken we de bootsmannen en doen dan de betaling. We overnachten dan op het checkpoint en verwachten in de ochtend onze nieuwe bootsmannen met hun boten die ons zullen brengen naar onze volgende checkpoint en zo maar verder. Bij het checkpunt 6 aangekomen zijn we direct overgestapt bij de nieuwe bootsmannen en voeren direct door totdat we aankwamen bij checkpoint 7. Daar ook direct overgestapt in de nieuwe boten om verder onze vroege ochtend en dag door te brengen met varen.



We hadden heel veel verhalen gehoord over de bossen en de dingen waarmee we rekening moeten houden als we dieper het bos zouden willen betreden. We hoefden ons daarover niet echt druk te maken omdat we bij de meeste van onze checkpunten, precies langs de rivier kamp zouden maken. Het is niet zomaar dat we dit hadden afgesproken, omdat we wel degelijk weten wat voor gevaren en zitten in het bos. Behalve de verhalen over het bos, waren er ook verhalen over de dingen van de rivier. Op bepaalde plekken zouden we niet mogen zwemmen en in bepaalde van de kreken zouden we niet mogen drinken. Met drinken bedoelen ze het water van de kreek. Maar de vreemde dingen begonnen zich echt pas te manifesteren na de ‘Kartoefoetoe’ stroomversnelling. Nadat we de stroomversnelling waren gepasseerd hadden we het nog kunnen klaarspelen dat de bootsmannen ons gezelschap bleven houden en dat we konden vissen in het midden van de rivier. We voeren altijd met twee boten, waarvan 1 een passagiersboot is en de andere voor lading. Nadat we de ladingboot hadden leeggehaald zijn we met beide boten stroomopwaarts gevaren, zodat we rustig terug konden drijven terwijl we konden vissen. We schrokken allemaal van een schelle klank vanuit de diepte van de rivier. Iedereen maakte hun hoofdlampen aan en probeerden door het heldere water te kijken of ze wat konden zien. En ja, er bewogen zich 2 grote vissen in het water, tenminste daarop leken ze, want alleen de staarten waren duidelijk zichtbaar. Alweer hoorden we de luide schelle klank vanuit de diepte van het water; het klonk bijna als het geluid van een de reuzen otter. Opeens hoorden we een geluid vanonder onder boten. We voelden ook de trillingen vanonder onze boten. Het leek erop alsof die vissen tegen de hele lengte van beide de boten probeerden aandacht te trekken door hun “lichaam” tegen de boot de trekken/wrijven. Maar volgens de bootsmannen waren het geen vissen en moesten we gelijk terugvaren naar onze kamp. Ze startten de motor en binnen een half uurtje waren we terug op onze kamp. De bootsmannen vertelden ons niets, ook al hoe we het ze smeekten. Later begreep ik dat ze op dat moment er niet over mochten en konden praten uit veiligheid voor ons en ook voor hun. Ze hadden trouwens nog een lange weg terug.



Toen de bootsmannen de volgende ochtend vertrokken, kwamen de andere bootsmannen aan die ons verder zouden brengen naar ons laatste checkpoint. Nadat we kennis hadden gemaakt zei 1 van de bootsmannen dat we ons moesten inwrijven met een bladsoort die ze hadden meegenomen. Het is raadzaam om vanaf nu in alle voorzichtigheid onze reis te vervolgen. We kregen te horen dat in dit gebied heel veel bovennatuurlijks gebeurd en ook om het feit dat grote piaiman begraven is op een eiland in het midden van de rivier iets verder op. We stapten in en begonnen aan onze reis. We mochten geen foto’s maken van het eiland en mochten ook niet spugen, we mochten niet eens kijken naar het eiland. De bootsman heeft ervoor gezorgd dat we met onze gezicht naar de motor in de boot zaten. Voordat hij het eiland passeerde stopte hij de motor van de boot en wreef een paar bladeren over zijn ogen. We hebben ook een paar van die slijmige bladeren gekregen die we over onze oogleden moesten smeren. We bemerkten dat we het eiland naderden omdat de rivier onstuimig werd. Maar ik heb gekeken, of ik een eiland zag, maar er was niets. Niets links, niets rechts. Ik wist nu al dat de bootsman alle voorzorgsmaatregelen had genomen om ons te beschermen tegen onszelf. Voor de rest van onze reis ging alles ‘smooth’, totdat de bootsman zei dat we stevig moeten vasthouden en voorover gebukt zaten op onze zitplaatsen. Hij gaf plankgas op zijn 25PK motor en de scheerden we een woest stuk stroomversnelling in. Het leek voor ons vrij stijl en het duurde een tijdje om met plankgas deze stroomversnelling te beklimmen. Ik hoorde de klank, dezelfde klank als voorheen. Ik keek op en keek de bootsman aan in zijn ogen terwijl het water over zijn lichaam en gezicht sloeg, ik keek me aan en zette zijn vinger voor zijn mond. We waren toen bovenop de ‘sula’. Bovenop van de ‘sula’ was glad, een glad wateroppervlak zo glad als een spiegel. We hebben onze reis vervolgt tot naar de ‘Uma Kodebaaku sula’. We zouden op die plek onze overnachting doen maar de bootsman zei dat we over de ‘sula’ moeten, want hier mochten we niet overnachten. “Het is niet veilig, veel ‘Kaikusi’ hier”: zei de ‘Kulaman’ lachend. Wel, dat was heel zwaar werk; uitladen, alle bagage sjouwen naar boven via het bos, daarna de boten slepen door het bos en dan alles weer inladen en verder varen naar de ‘Man Kodebaaku Sula’.



Van ver kon je de ‘sula’ horen, een machtig pronkstuk in het midden van de ‘Tapanahoni’ rivier. Bijna 3 etappen hoog en een echte water stoter. “Veel zijn dood hier, veel Indianen, ook ‘mekoro’ van oorlog zijn dood hier”: zei de bootsman. Toen we aan de voet van de ‘Man Kodebaaku sula’ stonden merkten we op dat we echt te vroeg zijn aangekomen…2 dagen te vroeg. We hebben de bootsmannen geprobeerd over te halen om met ons te blijven voor 1 nacht, maar ze weigerden en wilden niet eens een uur langer blijven op de plek. “Akyjo is hier, veel Akyjo”: zei de bootsman met een huiverige stem. “We gaan weg, maar voorzichtig en ga niet in het licht, volg de lichten niet die je gaat zien”: zei de ‘Kulaman’. En daar gingen ze, terug naar hun eigen dorp en eigen leven, terwijl wij ons moeten zien te vermaken in het midden van nergens.

Die nacht hadden we kamp gemaakt aan de rand van de ‘sula’ op een hooggelegen stuk van de oever. We hebben onze kampen opgezet en een omheining gebouwd van takken die we hebben gehaald uit het bos. We maakten van het resterende hout een groot kampvuur en hadden onze tenten rondom het vuur opgezet. We hadden afgesproken om, om de beurt, de wacht te houden voor 1 uurtje elk van ons. Ik had de eerste beurt voor het draaien van de wacht voor mijn mede avonturiers. Het was niet lang nadat de andere waren ingesluimerd in hun tenten dat ik een geluid hoorde buiten onze omheining. Ik dacht dat het misschien een jaguar was die op de loer lag. Maar ik kon dat al gauw verwaarlozen omdat het geluid niet van de grond kwam, maar van de bomen. Ik scheen met mijn koplamp zo af en toe door het bladerdek van de bomen heen, maar ik kon niets zien, totdat ik een gedaante zag schuilen achter de stam van de kruin van een grote boom. Het gluurde vanachter de stam en probeerde voorzichtig als mogelijk te kijken naar mij. Opeens ontstond er een roodgloeiende luchtbundel achter de boomstam en het daalde neer tot de grond, doofde langzaam uit en toen een snel klikkend geluid vanachter de boomstam vandaan kwam. “Sh*t, WT* is dit ding nu”: zei ik tegen mezelf. De woorden van de bootsman en de ‘Kulaman’ klonken nog luid in mijn hoofd. Ineens hoorde ik geritsel bij het kampvuur. Er stond iets vanachter het vuur te kijken naar mijn, het leek om een schaduw, omdat het helemaal zwart was, maar het licht weerkaatste op het ding. Het ging weer achter het vuur en daar zag ik de gloed van rood licht. Ineens vloog zweefden twee blokken hout vanuit het kampvuur naar het bos, alsof ze gedragen worden door onzichtbare handen. Ik volgende de gloeiende houtblokken totdat ze tot stilstand kwamen op 400 meter in het bos. Direct zag ik wel honderden rode lichten vanachter bomen verschijnen. Ik hoorde weer het klikkend geluid, maar dit keer kwam het vanachter mij. Ik voelde me opeens onwel en duizelig. Ik zeeg neer op de grond voor mijn tent en voelde dat ik mijn ledematen niet kon bewegen. Het enige dat ik kon doen was kijken en ademen, ik kon niks anders doen. Opeens hoorde ik een wirwar van stemmen, ze klonken als kinderstemmen. Ik werd op mijn zij gelegd terwijl ik de zwarte voetjes van kinderen voor mij zag verschijnen. Ik werd zo bang dat ik mijn hart voelde kloppen tot bij de slapen van mijn hoofd. Ineens zag ik een hoofd komen voor mijn gezicht, het had grote ronde ogen, een breed gezicht en brede kaken. Het was niet behaard, dus het zou ook geen aap kunnen zijn. Maar het had de menselijke trekken, zoals een neus. Het had geen wenkbrauwen en ook ontbrak het haar op het hoofd. Het was wit van kleur en rook onaangenaam. Ik zag het mijn hand pakken en stopte mijn wijsvinger in zijn mond…SHIT!



We werden wakker gemaakt door een paar mannen. Het waren mannen die ons op kwamen halen. Maar ze schrokken over de situatie die ze zijn komen aantreffen, want onze spullen waren her en der verspreid over het gebied. Mijn vingertoppen waren blauw en deden verschrikkelijk pijn. Er was niet eens rook te bekennen van ons kampvuur, want alle hout was weg. Toen de anderen helemaal bij zinnen waren gekomen, ontdekten ze dat hun vingers blauw waren van een hematoom. Bloeduitstorting op onze vingers. De nieuwe bootsman zei dat we geluk hebben gehad, anders waren we hier doodgegaan als ze ons niet waren komen ophalen. Maar ik vroeg hem hoe hij het wist dat we hier waren, want we waren 2 dagen te vroeg. “Ik ben niet laat, maar jullie waren 2 dagen uitgeschakeld omdat jullie zijn vergiftigd door de Akyjo”. “Akyjo willen altijd vuur hebben, daarom hebben ze je vergiftigd, zodat ze jullie vuur kunnen meenemen”: zei de man. “Maar waarom hebben de kinderen onze vingers gezogen?”, “want ik heb gezien dat 1 mijn vinger in zijn mond had genomen”: zei ik verward.

“Dat is geen Akyjo, maar ze lopen met Akyjo omdat ze hun bescherming geven. Het zijn geesten die vormen aannemen van kinderen die lijken op de kinderen van de Akyjo”. “We waren op tijd, anders waren jullie opgenomen in de mond van de Man Kodebaaku”.

El Dorpha “Admin Collectief”


1 gedachte over “Het Rode Lichtpunt”

  1. begrijp dit hele voorval niet en ook de benaming van die geesten?trouwens is hollywood op de hoogte van dit soort praktijken,men kan rijk worden als een filmploeg langs komt om dit vast te leggen.wat denkt men over vaticaanstad
    in italie?

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven