Het Was Maar Een Grap

#SpukuTorie 1182015 Ik ben woonachtig in Nederland en kwam op familiebezoek in de Surinaamse zomervakantie. Ik had mijn familie in geen jaren gezien en het was me eindelijk gelukt om een retour te boeken naar Switi Sranan. Ik had genoeg centjes gespaard en had ook heel veel plannen om door het land te toeren. Ik heet Francine en ben werkzaam in de verpleging in Nederland. Mijn oom had een leuk buitenhuisje ergens voorbij Hollandsekamp, dichtbij een brug. Ik kan me de naam niet onthouden van de straat, maar het was geasfalteerd en er zat een splinternieuwe brug niet ver van ons huisje. Op de brug was er een plakkaat waarop de naam Haukes stond. Wij zouden een hele week verblijven in het huisje en we hadden al plannen wat we allemaal zouden doen. Lekker eten, drinken en gezelligheid maken. Bij de burg kon je dan ook zwemmen en dat maakte het plaatje helemaal compleet. We waren met 12 personen vertrokken en mijn oom maakte nog de grap: “We gaan met 12 mensen en we keren met 12 terug…niet meer en niet minder.”

Het huis had aan de achterkant een heel ruim terras met een bar. De keuken was daar onderdeel van. Binnen waren er 2 grote kamers en een hele ruime woonkamer vol matrassen. Iedereen kon een slaapplek vinden en het maakte niet uit waar je wilde slapen. Mijn neefje, Enrico, die altijd met sterke spookverhalen zat, begon te vertellen over het gebied en de dingen die zich hebben voorgedaan in het verre verleden. Ik ben niet zo een gelovig persoon en ben zeer sceptisch wat deze soort dingen betreft. Ik had genoeg korreltjes zout meegenomen vanuit Nederland en nam alles maar voor praatjes. Het waren wel leuke vertellingen en als Enrico begon met praten, dan leefde hij zichzelf ook in het verhaal. We hadden al wat flessen wijn op en op een gegeven moment zag ik hem wat schrijven op een blaadje. Hij scheurde het af en schreef toen weer op een ander blaadje en scheurde dat ook af uit zijn notitieboek. Hij liep naar het midden van het terras en plakte de blaadjes op de betegelde vloer met een spatie van 1 meter. In het midden, tussen de twee blaadjes, plaatste hij een lege fles wijn. Ik dacht in eerste instantie dat we “Spin The Bottle” zouden spelen, maar het werd toch wat anders. Iedereen die mee wilde doen mocht dan rondom de fles en de blaadjes zitten. Ik ging ervan uit dat het een spannend spelletje zou worden, want op het ene blaadje stond er “Ja” geschreven op het ander blaadje “Nee”.

Nadat iedereen zo z’n plekje had gevonden in de cirkel, begon Enrico met z’n inleiding. “Er zijn dingen die we niet kunnen zien, maar ze zijn er overal. Zelfs nu aan deze cirkel zijn er dingen die we niet kunnen zien. We gaan proberen contact met ze te maken”, zei hij. Twee tantes van me stonden gelijk op en waarschuwden Enrico, dat hij niet moet beginnen met deze dingen. Het is een serieuze zaak als je gaan beginnen met het oproepen van geesten. “Tante, dit is niet echt…je moet het niet serieus nemen hoor”, zei hij ongeduldig. Ik bleef zitten en wilde dit wel meemaken en omdat ik zo sceptisch was, geloofde ik alvast niet dat we in contact zouden komen met iets. Anyways, we zaten toen met 7 personen rond de fles en de blaadjes. “Okay, we gaan beginnen”, zei hij. “Houd elkaars handen vast en neem dit niet al te serieus”, voegde hij eraan toe. We hielden elkaar vast en hij begon toen te vragen naar stilte. “Hier zitten wij dan, de levenden bij elkaar. We geven niemand toestemming om in de cirkel te komen, tenzij we het zelf vragen. In deze cirkel is er een fles…gebruik onze gezamenlijke energie om de fles te bewegen als we vragen beginnen te stellen…Is er iemand hier met ons…laat jezelf zien”, zei hij. Iedereen zat zo geconcentreerd te kijken naar de fles, maar er gebeurde niets. “Is er iemand hier met ons…kom in de cirkel en beweeg de fles naar “Ja” of “Nee””, zei hij weer. Er gebeurde toen nog niets. Op een bepaald moment, hoorden we de fles schuiven over de tegels, maar het was niet echt zichtbaar. We konden het wel duidelijk horen. Ik dacht echt dat het 1 of andere truc was en dat hij een touwtje had gebonden aan de fles en het stiekem naar zichzelf trok. “Enrico, hou op met gekheid hoor…we hebben je al door”, zei hij lachend. Hij keek me aan en vroeg me om stil te blijven. “Is er iemand hier…beweeg de fles als je hier bent”, zei hij en op hetzelfde moment draaide de hals van de fles naar het blaadje waarop er “Nee” stond geschreven. Maar het was niet alsof de fles nog zou na rollen…het was een strakke vaste beweging alsof iemand het met een onzichtbare hand had bewogen. Ik keek met gefronste wenkbrauwen en kon mijn ogen in eerste instantie niet geloven…mijn sceptische manier van denken leek beetjes bij beetjes weg te vagen. “Enrico…heb jij dat gedaan ofzo?”, vroeg ik hem. Hij zei: ‘Nee Fransje…’ Toen hij dat zei draaide de fles toen naar de “Ja” op het blaadje. De anderen vroegen Enrico om direct te stoppen met dat heel ding. Mijn oom liep gewoon naar de cirkel en nam de lege fles en smeet het in de vuilniston…. “Boi, no bigin kar’ san’ kon sa yu no man tjari jere”, zei mijn oom boos (Jongen, roep geen dingen op die je niet ga kunnen dragen). De hele kiek was er toen echt vanaf. We stonden op en zijn gelijk in de aanval gegaan op de heren die bezig waren met de BBQ. “Angri ben kir’ mi.” (Ik had honger)

2:47 In de nacht, werd ik wakker. Ik had iets gehoord of ik had iets gevoeld. Ik sliep in de hangmat op het terras en voor mijn gevoel leek de hangmat te swingen, alsof iemand het duwde toen ik sliep. Ik hoorde toen een geluid vlak onder mijn hangmat en toen ik keek zag ik diezelfde groene wijnfles draaien om zijn as. Ik schrok, maar opeens dacht ik direct aan Enrico. Hij moet hierachter zitten. “Deze jongen wil me de stuipen op het lijf jagen”, dacht ik in mezelf. Ik tuurde in het donker naar zijn hangmat en zag dat hij in diepe rust was. Ik riep hem fluisterend: “Enrico…Enrico…ik weet dat je niet slaap hoor…mij kom je echt niet bang maken.” Ik had verwacht dat hij uit z’n hangmat zou komen, maar hij bleef liggen. Opeens voelde ik een ruk aan mijn hangmat. Wel……ik heb mijn stem van een sirene laten horen hoor. Volgens mij hebben de mensen van Zanderij me zelfs gehoord. Iedereen sprong wakker. Ik weet wat ik heb gevoeld en ik weet dat niemand in de buurt van mijn hangmat stond. Toen ik uit mijn hangmat sprong, zocht ik naar de fles die eronder was…maar het was nergens te vinden. Ik ging naar de vuilnis ton en zag het daarin liggen. Mijn oom, die een beetje weet heeft van “kulturu sani”, begon toen de plek te beroken en deed ook een paar dingen om de geesten te verjagen. Enrico zat daar en ging dood van het lachen. “Je denkt dat ik met je lach noh Enrico…wakti te san op mit’ yu…dan zal je anders piepen”, schreeuwde ik hem toe. We zijn toen weer gaan slapen…niets en niemand heeft me toen lastiggevallen.

Het was in de middag toen we bezig waren met het uitscheppen van het eten. Enrico zat in z’n hangmat te gamen en ik liep naar hem toe om z’n eten voor hem te brengen. Ik was zeker nog een meter of twee verwijderd van hem, toen zijn hangmat een harde duw kreeg. Hij reageerde niet erop, omdat hij met z’n rug naar mij in de hangmat zat. Ik liep toen gewoon door en zei hem direct dat ik de hangmat niet had geduwd. Hij keek me aan en lachte: “ja ja zal wel…mij kan je niet bang maken.” Ugh…deze jongen. Ik gaf hem z’n eten. Ik liep terug naar de open keuken om mijn eten te halen, toen ik een harde klap hoorde en het kapot gaan van porselein op de tegels. Ik keek om en zo stond ook mijn oom met mond vol tanden te kijken naar Enrico. Enrico stond verstijfd te kijken naar het kapot bord op de tegels, helemaal aan de andere kant van het terras. Mijn oom had alles gezien. Enrico werd helemaal bleek en wilde weg rennen, maar mijn oom schreeuwde hem en zei “tan t’napu Rico…no long”. Het bord met eten is uit zijn handen geslagen naar de andere kant van het terras. Dit ding, begon ergere vormen aan te nemen. Mijn oom begon toen dezelfde handelingen te doen als de ochtend. Hij waste Enrico met Florida water en zei hem: “Mi warskow yu boi…luku now…hor’ yu gron en no long.” Die avond…werd het erger.

Het was nog niet eens 12 uur middernacht toen de schuifdeur van het achterterras uit het niets dichtschoof. We negeerden het, want mijn oom zei dat het ons wilde bang maken, maar we moeten niet tonen dat we bang waren. Het voedt op energie van vrees. Dat was nog niets. De heren waren aan het dammen en kaarten toen plotseling het hele dambord van de tafel werd geslagen. “Shit jongoe…y’o mek mi ati bron”, zei mijn oom luid (Je gaat mij boos maken). “Je gaat nu weg of ik laat je gaan”, schreeuwde mijn oom in de ruimte. Het werd toen stil. Helemaal geen manifestatie. Gedurende de nacht, ik sliep toen binnen en durfde dus niet meer in de hangmat, werd ik weer wakker gemaakt. Ik kon het niet geloven, maar alle matrassen waar we op sliepen, waren naast elkaar in het midden van de woonkamer. Iedereen sliep tegen de muur. Ik begon toen echt bang te worden, want als dit dingen borden kan smijten en matrassen kan bewegen zonder dat we het door hebben, wat kan het dan nog meer doen. Ik keek naar buiten waar de anderen in de hangmatten lagen en probeerde mijn oom te roepen. Maar de schuifdeur was dicht gemaakt, vanwege de muskieten. Hij kon me niet horen. Plotseling stonden er 3 mannelijke gedaantes aan de buitenkant van de schuifdeur te kijken. Hun gezicht leek lichter te zijn dan de schimmige vorm van hun “lichaam”. Ik zou net mijn sirene aanmaken of we vlogen allemaal van de matrassen. Mijn tante klapte direct in elkaar en begon wintie te krijgen. De anderen renden naar binnen en begonnen met helpen om haar tot rust te krijgen. “Mijn tante begon toen te vechten en rende naar buiten het bos in…mijn ooms renden achter haar en konden haar gelukkig snel grijpen. Ze brachten haar weer naar binnen en op het terras begon ze dingen te zeggen die ik tot de dag van vandaag niet kon begrijpen. Ze rende naar de vuilniszak en scheurde het open. Ze rende toen naar een boom en sloeg de lege wijnfles kapot. Ze zeeg direct in elkaar. Op hetzelfde moment zagen we allemaal 3 lichten, geen vuurballen, maar leken op gloeilamp achtige dingen. Ze vlogen even over het achter erf heen en verdwenen het bos in.

Enrico had zijn les geleerd. Speel niet met geesten. Roep nooit zomaar dingen op omdat je stoer wil doen. Je weet nooit wat je naar binnen haalt. We hadden die ochtend alles ingepakt en zijn terug gegaan naar Paramaribo. Ik heb verder nog genoten van mijn vakantie hier in Suriname. Ik was sceptisch…maar nu weet ik dat er dingen zijn.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven