Suku Suku: Een Verhaal van Kinderspelletjes en Mysterie

Kinderspelen waren altijd een leuke bezigheid voor de kinderen, vooral als je ze echt in het gareel wilde houden. Toen we op vakantie waren buiten de stad, speelden we gezamenlijk een spelletje genaamd ‘Suku Suku’. Het was iets heel anders dan verstoppertje (in Suriname noemen we dat ‘schuiltje’). Ik was 12 jaar oud op dat moment en had een vreselijke nare ervaring tijdens dat spel, iets dat ik tot op de dag van vandaag niet kan verwerken. Ik ben Judith, en dit is mijn verhaal.

Bron Foto: Spuku Tori OpenArt

Mijn ouders hadden een vakantiehuisje buiten de stad waar we vaak naartoe gingen tijdens de grote vakanties. Ze hadden door de jaren heen een comfortabel vakantiehuisje opgezet met alle voorzieningen. Beneden was er een ruime woonkamer met een keuken. Op de bovenverdieping waren vier slaapkamers.

Het huis grensde aan de achterkant aan een mooi bos waar we onze eigen wandelpaden hadden aangelegd. Op het erf hadden we een ruim terras met een uit baksteen gebouwde oven. Het was tot op de dag van vandaag een mooie plek om te bezoeken.



Zo waren we weer op vakantie in Para. Het was half 8 geworden, en alle kinderen en kleinkinderen zaten op het terras te luisteren naar de oude verhalen van mijn vader, totdat hij plotseling voorstelde om een spelletje te spelen.

De beurten werden bepaald door het trekken van grashalmpjes, en diegene die de langste grashalm trok, zou de spelleider zijn. Ik had het langste gras halmpje getrokken en werd geblinddoekt en een paar keer om mijn as gedraaid. Het doel van het spel was om aan de hand van stemmen, geluiden en voetstappen te raden waar de anderen zich verstopten.

Iedereen die meedeed, moest met zachte stem roepen ‘suku suku’ om me te leiden naar de plek waar ze zich verstopten. Eerlijk gezegd vond ik het een beetje oneerlijk, omdat bijna niemand luid genoeg sprak zodat ik ze kon volgen.



Op een gegeven moment hoorde ik voetstappen achter me rennen. Ik keerde me snel om en greep in het niets. Opeens hoorde ik een stem achter me fluisteren ‘suku suku’, maar ik deed alsof ik het niet had gehoord en wachtte op het juiste moment om me om te draaien en de persoon te grijpen.

“Suku suku suku suku suku,” ging het gefluister achter me verder. “Ha… ik heb je,” gilde ik luid terwijl ik iemand bij de schouders vastgreep toen ik me omdraaide. Ik liet los en trok de blinddoek met beide handen van mijn gezicht. Maar verbaasd stond ik te kijken naar een lege plek voor me. Ik had niemand horen wegrennen toen ik de blinddoek afhaalde.

Plotseling hoorde ik mijn vader zeggen: “Juut, niet vals spelen… doe je blinddoek op.” “Maar pa, ik had iemand daarnet vastgehouden,” protesteerde ik. Hij bleef erbij dat ik mijn blinddoek weer moest opzetten om het spel voort te zetten. Ik dacht echt dat iemand me te snel af was geweest, en dat mijn vader dat niet had gezien, dus deed ik de blinddoek weer op.

Niet lang daarna hoorde ik het geluid van krakend schelpzand vlak voor me. Dit keer was ik er zeker van dat iemand voor me stond. Met uitgestrekte armen liep ik in de richting van het geluid terwijl de persoon telkens een beetje vooruit liep, zoals ik kon horen aan het geluid van het krakende schelpzand.



Op een gegeven moment werd het kouder en hoorde ik het geluid van schuivende bladeren en takken. Ik hoorde zelfs de andere kinderen niet meer roepen; alles klonk vaag en ver weg. Plotseling hoorde ik voetstappen achter me, en een krachtige hand greep me bij mijn bovenarm.

“Judith, waar ga je heen?” zei mijn vader luid. Ik gaf een gil van schrik en trok mijn blinddoek af. Tot mijn verbazing stond ik tien meter diep in het bos, zonder me ervan bewust te zijn geweest. “Papa, ik luisterde naar die voetstappen,” zei ik geschrokken. “Meisje, niemand verstopt zich in het bos op dit tijdstip van de nacht. Kom op, laten we gaan,” zei hij streng.

Hij pakte me bij de hand en leidde me uit het bos. Toch keek ik nog even achterom en zag een wit gezicht dat verdween achter een van de bomen. “Papa, papa, kijk, daar is iemand,” zei ik. Hij sloeg geen acht op wat ik zei en bracht me uit het bos.

Toen we eenmaal eruit waren, zag ik dat iedereen daar stond te wachten. Al mijn nichtjes en neefjes die deelnamen aan het spel. We hadden de hele avond nog voor ons, maar mijn vader besloot om het spel te stoppen. We speelden gewoon “jongens-meisjes” met elkaar. Maar elke keer dat ik naar het pad naar het bos keek, werd mijn aandacht getrokken.



Het werd tijd om naar bed te gaan, en iedereen zocht een slaapplek op in de bovenverdieping van het huis. Ik koos voor het bovenste bed van een stapelbed in de kamer. Een paar oudere nichten en een neefje sliepen ook in dezelfde kamer.

Binnen korte tijd sliepen alle anderen die in de kamer waren. Ik voelde me plotseling erg ongemakkelijk en werd wakker. Ik keek naar het andere stapelbed aan de overkant van de kamer en zag dat mijn neef en nicht sliepen. Ik schoof een beetje naar de rand van mijn bed en keek omlaag om te zien of mijn nicht misschien wakker was. Maar op het moment dat ik mijn hoofd uitstak om te kijken, zag ik een hoofd snel onder haar bed verdwijnen.

Ik staarde een tijdje naar de plek waar het verdween, totdat het weer tevoorschijn kwam, maar nu slechts half, met een grote mond en grote tanden. Plotseling fluisterde het zacht “suku suku” terwijl het me aanstaarde met één wit oog en een klein zwart puntje erin.

Ik wilde gillen, maar ik durfde het niet, omdat ik de anderen niet wilde wekken. Ik was te jong om te begrijpen wat er precies aan de hand was, maar ik was wel bang. Met een ruk gooide ik de deken over mijn hoofd en drukte mijn gezicht in het kussen.

De deken werd voorzichtig van me afgetrokken, en het gefluister veranderde in een sinister geluid: “suku suku suku mi tif suku suku suku mi tiiifff”. Ik voelde dat ik stevig werd vastgegrepen bij mijn benen en van het bed werd gesleept. Ik kon nog net het stalen veiligheidsrek van het bed vastgrijpen.



Toen begon ik echt te gillen, en de anderen in de kamer werden wakker en begonnen ook te schreeuwen. Mijn nicht, die onder mij sliep, zag me aan het voeteneind van het bed met mijn handen aan het rek hangen. “Lus’ en, lus’ en,” gilde ze. Plotseling liet de greep los en viel ik met een harde klap op de vloer.

Een grote, zwarte vorm vormde zich voor de deur, zo groot dat het tot aan het plafond reikte. De andere familieleden schoten te hulp en gooiden de deur open, en de zwarte vorm glipte langs hen naar buiten. Iedereen rende de kamer in, geschokt door wat ze hadden gezien.

Mijn vader was niet bang, maar ik zag woede in zijn ogen. Hij rende de kamer uit en begon te roepen, totdat we hem hoorden schreeuwen op het erf. Hij raakte in een soort trance. Mijn ooms en tantes moesten hem vasthouden om te voorkomen dat hij het bos in zou rennen, want hij wilde vechten met het wezen. Na een paar rituelen konden ze hem uiteindelijk kalmeren.



Op mijn benen was een grote afdruk te zien van een hand met drie vingers, alsof iemand ze stevig had vastgegrepen. We vertrokken die ochtend terug naar de stad, want het ging niet goed met me. Ik werd zieker vanaf die dag.

Met de hulp van mijn nu overleden oma heb ik het uiteindelijk overleefd. Ze ontdekte waarom het wezen op ons erf was verschenen: iemand wilde ons kwaad doen, iemand was vreselijk jaloers op mijn familie. Ik begreep dat het wezen naar die persoon was teruggestuurd, maar tot op de dag van vandaag weet ik niet wie het was.

Nu heb ik zelf kinderen en een gezin, en ik heb het buitenhuis van mijn vader geërfd. Af en toe gaan we in de vakantie terug. Ik heb een hoge omheining laten bouwen om het bos te scheiden van het erf. Deze vakantie gaan we weer terug. Maar ‘suku suku’, wat ‘zoek zoek’ betekent, zal ik mijn kinderen nooit leren spelen. Nooit.

#SukuSuku #Kinderverhalen #Mysterie #Familietradities #SpukuTorie1812016


Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven